Private Banking: de kwaliteit van een beleggingsportefeuille (3)

on maart 13, 2015 Datakraken, Financiële dienstverleners with 0 comments

Deel 3. Het resultaat verzilveren

Deze blog is het derde deel van een drieluik. De opzet van dit drieluik is als volgt:

  1. Van data naar inzicht
  2. De organisatie mobiliseren
  3. Het resultaat verzilveren

 

In het eerste deel laten wij een praktijkvoorbeeld zien bij de beleggingsdivisie van een grote Nederlandse bank. Hier hielp Decisive Facts met het ondersteunen van een nieuwe manier van denken en werken door een innovatieve technische oplossing. Klik hier voor het eerste deel.
In het tweede deel zijn de eerste stappen en veranderingen binnen een Nederlandse Private Banking. Klik hier voor het tweede deel.

Hieronder het derde deel.

Het in beweging krijgen van de organisatie

Een eerste stap om een veranderingsproces in gang te zetten, is het creëren van een sense of urgency. Dat kan door de organisatie een spiegel voor te houden. De natuurlijke reactie van zittende medewerkers is het bagatelliseren van de problemen, of het vergelijken met andere bedrijven in dezelfde sector: de concurrent doet het ook niet goed.

Om de boodschap over te brengen moet een bestuurder dus met een overtuigende boodschap komen. Zo was dat ook binnen Private Bank X waar het hier over gaat. Na analyse komt het volgende beeld naar voren:

  1. In ons assortiment zitten 17.000 beleggingstitels waarover we adviseren. Van al die titels moeten koersen worden ingekocht, research geschreven, klanten van relevante informatie voorzien. In 80% van de beleggingstitels wordt nauwelijks belegd. In 800 beleggingstitels zit maar één klant.
  2. Binnen sommige filialen wordt een eigen beleid gevoerd, dat soms tegen centrale richtlijnen in gaat. Dat valt af te leiden uit de klantportefeuilles: er wordt actief geadviseerd aan klanten om in bepaalde beleggingsproducten te stappen.
  3. De klantinventarisatie in het centrale systeem is heel vaak onvolledig. Documenten worden niet bijgewerkt in het centrale systeem, maar in zelf-ontwikkelde Excel sheets. Hierdoor ontbreekt een centraal overzicht van met klanten gemaakte afspraken.

 

Dit beeld wordt vertaald in enkele strakke overzichten. De boodschap is: we werken hard, maar het zal moeilijk zijn om zo winstgevend te blijven én het levert geen goede klantportefeuilles op. Het roer moet om.

Van beleidsuitgangspunten naar meetbare doelstellingen

Beleidsuitgangspunten zijn vaak in kwalitatieve termen beschreven. Dat kan heel algemeen zijn: “we zoeken naar een perfecte vermogensoplossing voor de klant”. Mooie volzinnen waar weinig mensen wat tegen in kunnen brengen. Deze mooie zinnen ook een praktische betekenis te geven is lastig. Dat komt omdat dé klant niet bestaat. Een vanuit de klant bekeken perfecte vermogensoplossing is een snelle en stabiele groei van zijn vermogen, hetgeen tegen de aard van beleggen ingaat. Dat zagen we al in het eerste deel van dit drieluik. Daarnaast kan het gedrag en houding van de klant in de loop van de tijd en onder verschillende omstandigheden veranderen.

Het meetinstrument moet de volgende zaken inzichtelijk maken:

  1. Uit de klantinventarisatie blijkt de risicobereidheid van de klant. Die risicobereidheid wordt vertaald als de mengverhouding tussen aandelen, obligaties en kas. Deze mengverhouding is bepalend voor risico en rendement;
  2. De invulling van de aandelen-, obligatie- en kascomponenten: hoe is de kwaliteit van die invulling? Hoe is de spreiding?

 

In tabel x is de mengverhouding gemaakt tussen de risicohouding van de klant en de bandbreedtes van de aandelen, obligaties en liquiditeiten. Deze verhoudingen zijn bepaald op basis van langdurige trends. Ze kunnen wijzigen in de loop van de tijd.

Risicohouding klant Aandelen Obligaties Liquiditeiten
Zeer defensief 0-15% 40-60% 25-60%
Defensief 20-40% 30-50% 10-50%
Neutraal 35-55% 20-60% 0-30%
Offensief 50-90% 0-40% 0-20%
Zeer offensief 80-100% 0-10% 0-20%

 

Voor de risicospreiding binnen aandelen gelden ook specifieke eisen. Enkele voorbeelden:

  • Er moet in alle sectoren en alle regio’s worden belegd.
  • Er mag niet teveel belegd worden in één enkel aandeel (het aandeel met het hoogste belegd vermogen gedeeld door het totaal belegd vermogen in aandelen moet kleiner zijn dan 5%)

 

Op deze manier worden alle regels gekwantificeerd. In het totaal zijn er ongeveer 10 regels voor aandelen. Voor obligaties gelden ook regels. In het totaal zijn er zo’n 15 regels opgesteld.

Zo wordt wat de bank verstaat onder een goede portefeuille concreet gemaakt.

Van meetbare doelstellingen naar een stuurmechanisme

Er zijn meer dan 50.000 klanten. Ongeveer 8.000 beleggingstitels. En in het totaal ongeveer 30 meetpunten in het beleggingskader. Dat betekent dat er periodiek anderhalf miljoen controles worden uitgevoerd. De vraag is hoe uit zulke hoeveelheden data een sturingsmechanisme kan worden gehaald.

Daarvoor is het volgende bedacht. Het model werkt met cijfers, die aangeven hoe goed het gaat. Net als cijfers op school. Iedere beleggingsportefeuille krijgt een cijfer. Vervolgens kunnen de cijfers worden gemiddeld per adviseur, filiaal en dergelijke. Zo ontstaat er een totaalinzicht.

Private Banking

Uit het totaaloverzicht kan bijvoorbeeld worden afgeleid welke regels vaak worden overtreden. In dit geval is dat sectorspreiding obligaties en het neutrale doelrisicoprofiel. Dat betekent dat speciale aandacht vanuit het hoofdkantoor moet worden besteed aan deze punten.

Slagje dieper: voorbeeld berekening van Doel Risicoprofiel Defensief

Voor de liefhebbers gaan we nog een stapje verder. Hoe worden de scores berekend? We nemen daartoe het DRP Defensief als uitgangspunt. De tabel geeft de grenswaarden aan de voor de asset categorieën aandelen, obligaties en liquiditeiten. We nemen het voorbeeld van aandelen ten opzichte van het totale belegd vermogen:

  1. De ondergrens van een defensieve portefeuille is 20%. Voor onderschrijving van de benedengrens van aandelen geldt de formule voor de puntenaftrek: (0,2-SCORE) / 0,1 * 5. Als een defensieve portefeuille dus 15% aandelen heeft, dan betekent dat (0,2 – 0,15) / 0,1 * 5 = 2,5 punt aftrek.
  2. De bovengrens van een defensieve portefeuille is 40%. Voor overschrijding van de bovengrens van aandelen geldt de formule voor de puntenaftrek: (SCORE – 0,40 ) / 0,1 * 5. Als een defensieve portefeuille dus 41% aandelen heeft, dan leidt dat tot (0,41 – 0,40) / 0,1 * 5 = 0,5 punt aftrek.

Samenvatting

De kracht van bovengenoemde methode is dat hij gebaseerd is op de Balanced Scorecard. Langs verschillende variabelen wordt er naar hetzelfde meetobject gekeken: de beleggingsportefeuille. Door de ernst van afwijkingen ten opzichte van normen mee te nemen en dit samen te vatten in een cijfer per beleggingsportefeuille ontstaat een krachtig stuurelement.

De kracht zit onder andere in de uitlegbaarheid en eenvoud. Voor diegenen die bekend zijn met de materie, kost het een uur om hen door het model te leiden. Verder verbindt het de doelstellingen die gelden op management niveau met individuele klantportefeuilles. En alle tussenliggende besturingsniveaus. Het derde voordeel is dat ontwikkelingen in de loop van de tijd kunnen worden gevolgd: waar zijn verbeteringen? Waar liggen we achter. Het laatste voordeel is dat verbeteringen in de loop van de tijd gevolgd kunnen worden.

Add comment

CAPTCHA * Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Decisive Facts