Private Banking: de kwaliteit van een beleggingsportefeuille (1)

on februari 23, 2015 Datakraken, Financiële dienstverleners, Publiek Domein, Transport en logistiek with 0 comments

 

Deel 1. Van data naar inzicht: voorbeeld uit private banking

Deze blog is wederom het startschot voor een drieluik. Dit keer grijpt Decisive Facts terug op een praktijkvoorbeeld bij een grote Nederlandse Private Bank. Een Private Bank levert alleen financiële dienstverlening aan vermogende en welgestelde particulieren en instellingen met een vrij beschikbaar vermogen van ten minste EUR 500.000. De ondergrenzen verschillen per bank. Het vermogen wordt vaak belegd. In het vervolg wordt dit Private Bank X genoemd.

Hier hielp Decisive Facts met het ondersteunen van een nieuwe manier van denken en werken door een innovatieve technische oplossing.

De opzet van dit drieluik is:

    1. Van data naar inzicht
    2. De organisatie mobiliseren
    3. Het resultaat verzilveren

 

Hier dus het eerste deel: Van data naar inzicht

Beleggen in de afgelopen 20 jaar

In de tweede helft van de jaren negentig is beleggen breed geaccepteerd geworden. Beleggen werd gezien als een makkelijke manier om snel rijk te worden. Niet alleen aandelen konden op belangstelling rekenen, maar ook opties werden populair. Met eigen geld, geleend geld, in de vorm van koopsompolissen. Zelfs bij het afsluiten van een hypotheek werd een klein extra bedrag geleend om mee te beleggen, zodat de hypotheek volledig afgelost zou kunnen worden met dat kleine geleende bedrag.

Private Banking

 

In de bovenstaande grafiek zien we het koersverloop van de AEX-index, de belangrijkste beursgraadmeter voor Nederland. In deze index zijn de 25 meest verhandelde Nederlandse aandelen samengebracht. Wanneer we inzoomen op de periode 1995 – 2000 is het niet moeilijk om de aantrekkingskracht van beleggen voor te stellen: In 5 jaar verdriedubbelde het vermogen!

 

Een complete industrie werd om de beurshandel heen gebouwd: beleggingsadviseurs, analisten, marketeers en ontwikkelaars van nieuwe beleggingsinstrumenten.Zolang de markten bleven stijgen ging alles goed; klanten zagen hun vermogen stijgen en de industrie floreerde.

Op de top van de markt werd World Online geïntroduceerd op de beurs. Nagenoeg direct na deze beursgang zette een daling in. Vooral ICT gerelateerde fondsen werden onevenredig hard door de dot.com crisis getroffen. Een voorbeeld is KPN. Als iemand in 2000 € 10.000 in de nationale telecomreus had belegd, was daar in 2001 nog minder dan € 1.000 van over. 12 jaar later zou er nog altijd minder dan €1.000 over zijn van de oorspronkelijke inleg. Dat terwijl op basis van een rekenrendement van 8% € 25.000 zou mogen worden verwacht na 12 jaar!

Private Banking

Na het knappen van de internetzeepbel van 2000 / 2001 waren veel klanten wel bekomen van het beleggen in aandelen. De beleggingsindustrie richtte zich in reactie hierop op andere producten: obligaties. Het risico met obligaties is weliswaar kleiner dan met aandelen. Maar het verwachte rendement ook. Dit lagere rendement maakte dat de industrie haar klanten niet langer de vette commissies kon laten betalen waaraan de industrie gewend was geraakt. De oplossing werd gevonden in de creatie van complexe constructies met obligaties die een hoger verwacht rendement hadden en waaraan door zowel klanten als de industrie goed verdiend kon worden. Eeuwigdurende obligaties (perpetuals), special investment vehikels (CDO / CLO) en een nog veel grotere verzameling structuren die zich kenmerken door cryptische namen van drie letters.

In 2007 werd een tweede financiële crisis ingeluid, ingezet door het knappen van de hypothekenmarkt in de VS. Dit had forse implicaties voor wereldwijde financiële markten. Veel van deze hypotheken waren gefinancierd met een bonte verzameling obligatiestructuren die veel minder goed bestand waren tegen dalingen van de hypotheken dan de risico-afdelingen van alle grote banken hadden voorzien.

Twee crises binnen 10 jaar: tijd voor bezinning

Het is het jaar 2009. Voor Private Bank X geven de ontwikkelingen op de financiële markten en binnen de industrie aanleiding tot bezinning. Wat gebeurt er? Waar staan we voor? Hoe moeten we inspelen op deze marktomstandigheden? Wat is eigenlijk onze toegevoegde waarde die we klanten bieden? Het management besloot experts van verschillende disciplines bij elkaar te zetten om een diagnose te stellen.
Na grondig onderzoek kwamen ze tot de volgende conclusies:

  1. Het vertrouwen van klanten in marktonderzoeken is toe aan een reality-check. De rol van analisten en adviseurs is overschat: ze kunnen de toekomst niet voorspellen. Klanten moeten daarvoor worden gewaarschuwd, maar dit is niet eenvoudig. De klanten vragen namelijk zelf om adviezen, en zien het juist als een van de belangrijkste taken van de bank om hen te sturen naar de best renderende effecten.
  2. Het risicomanagement binnen de bank moet sterk worden verbeterd. Het huidige risicobeheersingssysteem van de bank is niet effectief: Het lijkt op een airbag die bij een frontale botsing (lees: crisis) niet werkt.
  3. Het productassortiment moet kritisch onder de loep worden genomen. Producten die een hoog rendement met beperkt risico voorspiegelen bestaan niet. We moeten bereid zijn om klanten kwijt te raken als die slechte producten willen kopen en dreigen weg te gaan als we die producten niet willen verkopen. Ook al hebben die klanten een hoge kredietstatus.
  4. De Informatieverstrekking naar klanten moet transparanter en vollediger. We moeten informatie verzamelen over de (niet zichtbare) kosten van beleggingstitels en klanten en dit in onze advisering meenemen.
  5. De klantinventarisatie moet meer aandacht krijgen, zodat klanten de voor hen juiste dienstverlening krijgen. Ook (juist?) als klanten al lang bij ons zitten.

 

Een mooi lijstje. Niet alleen dat, een veel uitdagender lijstje dan het op het eerste gezicht misschien lijkt. Het gaat op dat moment namelijk in tegen de gevestigde werkwijze binnen en buiten de bank. Ook wordt het verdienmodel van de beleggingsdivisie van de bank hiermee op losse schroeven gezet, zonder dat direct de contouren van een nieuw model duidelijk zijn. Het management van de bank besluit dat er een beweging op gang moet komen, waarin de dialoog met de klant wordt opgezocht. Daartoe wordt een stevig team opgetuigd. Hieronder wordt ingegaan op enkele gespreksonderwerpen waarmee het beleggingsteam het land in ging. Dit waren:

  1. Brede spreiding beste wapen tegen koersdalingen
  2. Koopt niet (alleen) Nederlandse waar
  3. Noodzaak voor fondsen, focus op kosten
  4. Van bezinning naar implementatie

 

1. Brede spreiding beste wapen tegen koersdalingen

Een aandeel kan plotseling enorm onderuit gaan. Schandalen rondom bedrijven als World Online en Ahold in Nederland, en Enron, Parmalat en Worldcom in het buitenland, laten dit zien. Ook kan zich een ramp voltrekken zoals het Deepwater Horizon schandaal bij BP. Of fraude door een enkeling als rogue trader Nick Leeson (Barings Bank) en Jérôme Kerviel (Société Générale) kan enorme consequenties hebben op de beurskoers van de onderliggende bedrijven die niet kunnen worden voorzien.

Als analyse en advies over een bedrijf geen enkele bescherming biedt tegen grote koersdalingen, wat kan je klanten dan bieden? Advies over spreiding geven. Het expert team van Private Bank X laat zien dat met een brede spreiding het risico, dat een slecht presterend aandeel het rendement van de hele beleggingsportefeuille om zeep helpt, wordt bedwongen. Een spreiding over tenminste circa 50 aandelen in verschillende regio’s en sectoren verdient de voorkeur.

2. Koopt niet (alleen) Nederlandse waar

Veel Nederlandse beleggers hebben een sterke voorkeur voor Nederlandse aandelen, en beleggen niet of nauwelijks ‘over de grens’. Dit wordt wel een ‘home-bias’ genoemd: beleggers hebben een voorkeur voor bedrijven uit het eigen land, omdat deze bedrijven hen bekender zijn en daarom volgens deze beleggers voorspelbaarder zijn. De spreiding naar verschillende landen is er voor hen dus niet. Maar ze beleggen vaak ook alleen in de AEX (grote bedrijven) of AMX (middelgrote bedrijven) fondsen. De samenstelling van de AEX en AMX indices is heel onevenwichtig qua spreiding naar sectoren en industrieën. Spreiding van de portefeuille verdient duidelijk de voorkeur.

Het beleggingsteam van de bank gaat dus aan de slag om materiaal te maken waaruit blijkt dat dit een keuze is die niet optimaal is voor het behoud en groei van vermogen. Als we nu kijken, lijken de experts het gelijk aan hun zijde te hebben. Onderstaande grafiek vergelijkt de AEX index met de MSCI World index (1611 aandelen uit 23 ontwikkelde landen). Nederlandse fondsen zijn niet actief in de vernieuwende technologische hoek, dus blijft de index ook achter.

Private Banking

3. Noodzaak voor fondsen, focus op kosten

Het advies om een beleggingsportefeuille te spreiden over ten minste 50 aandelen heeft nog een andere consequentie. De kosten van het aanhouden van één specifiek aandeel dwingt beleggers ertoe om ten minste €10.000 te beleggen in ieder aandeel. Een klant die zijn gehele vermogen in individuele aandelen belegt moet dan dus ten minste een vermogen hebben van €500.000 (50 aandelen tegen minimaal €10.000). Als hij de helft van zijn vermogen in aandelen belegt en de andere helft in obligaties, is dus een vermogen van €1.000.000 noodzakelijk.

De meeste klanten van Private Bank X hebben dit vermogen niet. Een oplossing hiervoor is het beleggen in beleggingsfondsen. Met een beleggingsfonds is het mogelijk om al met een bescheiden vermogen te beleggen in een groot aantal aandelen. Een nadeel voor veel beleggers is wel, dat ze de keuze van de aandelen uit handen geven.

Met de focus op fondsen dient zich een nieuw vraagstuk aan: Een vraagstuk rondom de kosten en opbrengsten van actief beheerde beleggingsfondsen versus een passief beheerd en goedkoper alternatief.

Beleggingsfondsen hebben de naam duur te zijn. Gemiddeld kosten ze zo’n 1,8% van de inleg per jaar aan directe kosten. Deze kosten is de klant hoe dan ook kwijt, ongeacht de prestaties van het fonds. Aan het hoofd van een beleggingsfonds staat een fondsmanager. Een fondsmanager beslist welke aandelen worden opgenomen in een beleggingsfonds, en voor welk relatief gewicht.

Een goedkopere oplossing is het passief beleggen in een indextracker. De keuze en het relatieve belang van aandelen wordt hier automatisch bepaald, door een bredere aandelenindex na te maken. Omdat dit geautomatiseerd kan, is er geen dure fondsmanager nodig. Een indextracker kost hierdoor gemiddeld genomen maar 0,5% per jaar.

Als we alleen naar kosten kijken, lijkt het advies makkelijk: beleg uitsluitend in passieve indextrackers en laat dure actief beheerde beleggingsfondsen links liggen. Maar dat is te kort door de bocht. Want als de fondsmanagers gemiddeld genomen beter renderen dan een goedkoop passief alternatief, kunnen zij toch de beste keuze zijn.

De analisten maken een eenvoudige analyse. Stel dat iemand €100.000 euro belegt in een beleggingsfonds tegen 1,8% kosten per jaar en hetzelfde bedrag in een indextracker tegen 0,5% kosten per jaar. En stel dat ze op de lange termijn beide hetzelfde resultaat hebben: 8% rendement op jaarbasis. Wat betekent dit voor het netto rendement – dus na aftrek van de jaarlijkse kosten – na 25 jaar? Door de magie van het rente-op-rente effect neemt het vermogen sneller toe dan misschien verwacht wordt. Simpele wiskunde dicteert dat het rendement van het actief beheerde fonds sterk achterblijft, omdat we aannemen dat het rendement gelijk is, maar de kosten meer dan drie keer zo hoog. Na 25 jaar bestaat er een verschil van € 160.000 in het nadeel van het actief beheerde fonds! Grofweg de kosten om anderhalf kind van wieg tot baan (inclusief studie) te onderhouden!

Beleggen is dus niet alleen een kwestie van risico en rendement. Kosten spelen ook een rol van betekenis. Natuurlijk een gevoelig punt voor leveranciers van beleggingsfondsen. De consequentie voor Private Bank X is dat ze ook indextracker in hun assortiment moet gaan opnemen.

Private Banking

4. Van bezinning naar implementatie

Met deze en een aantal andere uitgewerkte gespreksonderwerpen gaat het team van beleggingsexperts op pad. Zij realiseren zich maar al te goed, dat zij een uitdaging op hun bordje hebben gekregen waar ze nog een zware dobber aan zullen hebben. De beweging die ze in gang moeten zetten, heeft namelijk nogal wat implicaties voor verschillende betrokken partijen. Voor de interne organisatie, de relatie met leveranciers, andere onderdelen van de bank en het belangrijkste: de klanten. Volgende week gaan we in op het veranderproces dat hierbij hoort.

Volgende week volgt deel twee van dit drieluik, met als onderwerp Private Banking: de kwaliteit van een beleggingsportefeuille (2).

Add comment

CAPTCHA * Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Decisive Facts